ECLI:NL:RBAMS:2006:AV1516
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Bank handelt niet onzorgvuldig jegens borg bij afwikkeling borgstellingsovereenkomst en verkoop schepen
In deze zaak vordert A, borgsteller voor de Scaldis Groep, dat de rechtbank verklaart dat zij geen betalingsverplichting meer heeft jegens ABN AMRO of dat deze beperkt is tot de opbrengst die de bank maximaal uit haar zekerheden heeft gehaald. A stelt dat de bank onzorgvuldig heeft gehandeld door geen nieuw krediet te verstrekken, schepen tegen een te lage prijs te verkopen en onterecht een BKR-registratie te plaatsen.
De rechtbank stelt vast dat de kredietovereenkomst met Scaldis Groep door ABN AMRO rechtsgeldig is opgezegd en dat de bank beleidsvrijheid heeft bij het al dan niet verstrekken van nieuw krediet. A heeft niet voldaan aan de voorwaarden die de bank stelde voor een doorstartfinanciering, zoals het stellen van een bankgarantie en een overtuigend bedrijfsplan. De bank heeft geen misbruik gemaakt van haar beleidsvrijheid.
Verder oordeelt de rechtbank dat de verkoop van de schepen door ABN AMRO niet onzorgvuldig was. Hoewel er een hoger bod was, bleef er ook bij dat bod een aanzienlijke restschuld over. A heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de latere hogere verkoopprijzen zonder meer haalbaar waren ten tijde van de verkoop. Ook de BKR-registratie was volgens de bank gerechtvaardigd op grond van het reglement.
De rechtbank wijst de vordering van A af en veroordeelt haar tot betaling van het borgstellingsbedrag met rente aan ABN AMRO. A wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de borg af en veroordeelt haar tot betaling van het borgstellingsbedrag met rente aan ABN AMRO.