ECLI:NL:RBAMS:2006:AV3365
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- M.E. Leijten
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Overlevering aan Duitsland toegestaan voor illegale handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 maart 2006 een vordering tot overlevering van een persoon met de Italiaanse nationaliteit aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 8 december 2005. Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, gepleegd in Duitsland.
De verdachte voerde verweren aan op grond van artikel 13 en Pro artikel 6 van Pro de Overleveringswet (OLW), waaronder dat het feit deels op Nederlands grondgebied zou zijn gepleegd vanwege telefonische afspraken vanuit Nederland, en dat hij als vreemdeling met verblijfsvergunning aanspraak zou maken op bepaalde garanties. De rechtbank verwierp deze verweren omdat de verdachte onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het feit deels in Nederland was gepleegd en Nederland geen rechtsmacht heeft over het feit dat in Duitsland is gepleegd door een Italiaanse burger.
De rechtbank wees ook een verzoek tot aanhouding van de procedure af dat was gericht op onduidelijkheid over het strafmaximum in het EAB, omdat de Duitse wetsartikelen inmiddels waren overgelegd en duidelijkheid verschaften. De overlevering werd toegestaan omdat aan alle wettelijke eisen was voldaan en Nederland geen rechtsmacht heeft over het strafbare feit zoals omschreven in het EAB.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen.