ECLI:NL:RBAMS:2006:AV3366
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- M.E. Leijten
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte poging doodslag aan Duitsland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 maart 2006 de vordering tot overlevering van een verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 30 december 2005. De verdachte wordt verdacht van poging tot doodslag op een vrouw in Emmerich, Duitsland, waarbij hij met een mes meerdere keren probeerde het portier van haar auto in te slaan en haar bedreigde.
De verdediging voerde aan dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond en dat de feitsomschrijving onvoldoende was om de overlevering te dragen. De rechtbank verwierp deze verweren, oordelend dat het feit onder lijstfeit nummer 14 van de Overleveringswet valt, waarvoor dubbele strafbaarheid niet vereist is. De uiteindelijke kwalificatie van het feit is aan de Duitse rechter.
De verdachte ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen tijdens de zitting. De rechtbank stelde vast dat de verdachte de Nederlandse nationaliteit bezit en dat de Duitse autoriteiten de benodigde garanties hebben gegeven dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden uitgezeten.
De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan en beveelt tevens de afgifte van twee in beslag genomen messen aan de Duitse justitiële autoriteiten. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe wegens poging tot doodslag.