ECLI:NL:RBAMS:2006:AV7060
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht door divisiedirecteur Nederlandse Bank
Verzoekers, voormalig statutair bestuurders en werknemers van Veer Palthe Voûte N.V. (VPV), wilden via een voorlopig getuigenverhoor achterhalen of De Nederlandsche Bank (verweerster), naast het uitoefenen van haar toezichthoudende taak, druk heeft uitgeoefend op VPV om hun arbeidscontracten te beëindigen.
Getuige C, divisiedirecteur van verweerster, beriep zich op het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht op grond van artikel 165 lid 2 sub b Rv Pro en artikel 64 lid 1 en Pro 2 WTK, omdat overleg tussen toezichthouder en onder toezicht staande instelling vertrouwelijk is en noodzakelijk voor effectief toezicht.
De rechtbank oordeelde echter dat de gevraagde informatie niet direct verband houdt met de toezichthoudende taak en dat het beroep op het verschoningsrecht daarom ongegrond is. De rechtbank verwees de zaak naar de rekestenrol voor voortzetting van de enquête en bepaalde dat afschrift van de beschikking aan getuige C wordt gezonden.
Hiermee wordt het incident definitief beëindigd en kan getuige C tegen deze beslissing een rechtsmiddel instellen.
Uitkomst: Het beroep op het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht door de divisiedirecteur van De Nederlandsche Bank is afgewezen.