ECLI:NL:RBAMS:2006:AW6460
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bezit van 567 gram cocaïne met opzet tot handel
De rechtbank Amsterdam heeft op 27 april 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte wegens het bezit van 567 gram cocaïne. De politie trad op 31 oktober 2005 met een schriftelijke last en op basis van een anonieme tip binnen in een woning, waar zij de drugs aantroffen. De rechtbank oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was, ondanks het verweer van de raadsman dat het vermoeden onvoldoende was en dat er geen spoedzoeking gerechtvaardigd was.
Verdachte voerde aan niet op de hoogte te zijn van de inhoud van een tas die hij van een onbekende man op straat had aangenomen, maar dit verweer werd verworpen. De rechtbank stelde vast dat verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de tas verdovende middelen bevatte en daarmee opzet had. Er was geen sprake van een rechtvaardigingsgrond of uitsluiting van strafbaarheid.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, rekening houdend met de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk aanwezig hebben van 567 gram cocaïne.