ECLI:NL:RBAMS:2006:AY4027
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.P. Letschert
- M.F.J.M. de Werd
- A.C. Loman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beleidslijn zendtijdverdeling kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag
De Stichting Verzorging Kerkelijke Zendtijd en andere kerkgenootschappen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het Commissariaat voor de Media inzake de toewijzing van zendtijd voor de periode vanaf 1 september 2005. Het geschil betreft de Beleidslijn 2004, waarin de verdeling van zendtijd over kerkgenootschappen en geestelijke genootschappen is geregeld, met een onderscheid in grootteklassen en een vaste voet.
Eiseressen stelden dat verweerder onjuist is omgegaan met bezwaren tegen de Beleidslijn, dat de verhouding tussen grootteklassen onjuist is vastgesteld, dat de overgangstermijn van twee jaar te kort is en dat de compensatieregeling zonder financiële middelen inhoudsloos is. Ook werd betoogd dat de vaste voet en het criterium van herkenbaarheid willekeurig zijn en niet door de wet worden gedragen.
De rechtbank overwoog dat verweerder een discretionaire bevoegdheid heeft op grond van artikel 39f Mediawet en dat de beleidslijn binnen de grenzen van redelijkheid is vastgesteld. De rechtbank vond dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de vaste voet en de grootteklassen zijn gekozen, dat overleg met belanghebbenden heeft plaatsgevonden en dat de belangenafweging niet onevenredig is. De overgangstermijn en compensatieregeling zijn niet onredelijk, mede omdat de Minister geen extra middelen beschikbaar stelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een voorlopige voorziening of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het Commissariaat voor de Media is ongegrond verklaard.