ECLI:NL:RBAMS:2006:AY4146
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van den Bergh
- J.M. van Hall
- G. Demmink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling belastingfraude door onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting
Verdachte heeft gedurende een langere periode een schaduwboekhouding gevoerd in zijn eenmanszaak als tandarts. Een groot aantal patiënten betaalde contant, maar deze inkomsten werden niet opgegeven aan de belastingdienst. Op 19 december 2000 en 13 februari 2002 heeft verdachte opzettelijk onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ingediend over de jaren 1999 en 2000, waardoor te weinig belasting werd geheven.
De rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Er is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond of omstandigheden die de strafbaarheid uitsluiten. De rechtbank weegt mee dat verdachte met zijn handelen de gemeenschap financieel zwaar heeft benadeeld en dat het uitsluitend gericht was op eigen persoonlijk gewin.
De officier van justitie vorderde een werkstraf van 60 uur, vervangende hechtenis van 30 dagen bij niet-nakoming, en een geldboete van €25.000 met vervangende hechtenis van 260 dagen bij niet-betaling. De rechtbank acht deze straffen passend en oplegt een taakstraf van 60 uur en een geldboete van €25.000, met de genoemde vervangende hechtenis. Verdachte is verplicht de aanwijzingen van de reclassering op te volgen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur en een geldboete van €25.000 met vervangende hechtenis bij niet-nakoming of niet-betaling.