ECLI:NL:RBAMS:2006:AY4149
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van den Bergh
- J.M. van Hall
- G. Demmink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk onjuiste belastingaangiften en belastingontduiking
De rechtbank Amsterdam heeft op 6 juli 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die ervan werd beschuldigd gedurende langere tijd een groot aantal patiënten contant te laten afrekenen en deze inkomsten niet aan te geven bij de belastingdienst.
Uit getuigenverklaringen en documenten blijkt dat verdachte op 20 december 2000 en 10 oktober 2001 opzettelijk onjuiste en onvolledige aangiften heeft gedaan voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 1999 en 2000. Hierdoor werd te weinig belasting geheven.
De rechtbank acht het bewezen dat verdachte de aangiften bewust heeft vervalst met het oog op eigen financieel gewin en dat dit de gemeenschap voor een relatief groot bedrag heeft benadeeld. Verdachte heeft de beschuldigingen steeds ontkend en het strafbare karakter van zijn handelen niet ingezien.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een geldboete van €35.000,-, bij gebreke van betaling te vervangen door 310 dagen hechtenis, en tot een werkstraf van 80 uren met vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-naleving. Deze straf is lager dan de eis van het Openbaar Ministerie om discrepantie met medeverdachten te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €35.000 en een werkstraf van 80 uur met vervangende hechtenis.