ECLI:NL:RBAMS:2006:AY4313
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- P.B. Martens
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering opgeëiste persoon aan Duitsland voor drugshandel en wapenbezit
De Rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens een strafrechtelijke veroordeling voor internationale handel in verdovende middelen en bezit van een vuurwapen. De opgeëiste persoon, met Turkse nationaliteit en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd veroordeeld tot 12 jaar en 6 maanden gevangenisstraf, waarvan nog een deel moest worden uitgezeten.
De rechtbank stelde vast dat de feiten deels op Nederlands grondgebied hadden plaatsgevonden, maar dat het belang van Nederland bij vervolging gering was gezien de afwezigheid van binding met Nederland. De verdediging voerde onder meer aan dat het EAB niet voldeed aan wettelijke eisen en dat er sprake was van schending van artikel 36 van Pro het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen, omdat de Turkse autoriteiten niet waren geïnformeerd over de detentie.
Hoewel de rechtbank erkende dat de consulaire rechten waren geschonden, oordeelde zij dat dit niet tot gevolgen mocht leiden die de overlevering zouden verhinderen. De rechtbank verwierp de verweren en besloot de overlevering te staan toe, aangezien aan de wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan en de strafbare feiten voldoende waren vastgesteld.
De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor de tenuitvoerlegging van zijn gevangenisstraf.