ECLI:NL:RBAMS:2006:AY4331
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan België op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 juni 2006 de vordering tot overlevering van de opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 2 december 2005. Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar meervoudige handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit, werd verdacht van strafbare feiten die ook onder Nederlands recht strafbaar zijn.
De verdediging voerde aan dat uit de feitenomschrijving onvoldoende ernstige bezwaren blijken en verzocht om aanhouding van de zaak voor nadere feitelijke informatie. De rechtbank oordeelde echter dat de feitenomschrijving in het EAB voldoende duidelijk is en voldoet aan de wettelijke eisen, waardoor de bescherming van het specialiteitsbeginsel gewaarborgd is. Het onschuldverweer van de opgeëiste persoon werd niet aannemelijk gemaakt.
Belangrijk was de terugkeergarantie van de Minister van Justitie, die bevestigde dat de opgeëiste persoon een eventuele vrijheidsstraf in Nederland kan ondergaan conform het Kaderbesluit Europees Arrestatiebevel en het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe wegens meervoudige drugshandel.