ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ1006
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van verdachte aan Duitse justitie ondanks onschuldverweer
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een verdachte aan de Duitse justitie op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens illegale handel in verdovende middelen. De verdachte voerde onschuldverweer aan, stellende dat hij tijdens de gepleegde feiten in detentie was in Duitsland. De rechtbank besloot het onderzoek te schorsen om nadere informatie bij de Duitse autoriteiten in te winnen.
Uit de ontvangen informatie bleek dat de verdachte inderdaad gedurende de betwiste periode gedetineerd was en dat het strafbare feit waarvoor overlevering werd gevraagd, hetzelfde betrof als dat waarvoor een medeverdachte was veroordeeld. De rechtbank verwierp het onschuldverweer omdat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij het feit niet had kunnen plegen.
Hoewel het EAB niet alle formele vereisten volledig bevatte, voldeed het feit aan het criterium van strafbaarheid met een mogelijke vrijheidsstraf van ten minste drie jaar. De rechtbank achtte het belang van de Duitse vervolging zwaarder dan het belang van berechting in Nederland en besloot af te zien van de weigeringsgrond wegens gedeeltelijke gepleegd feit op Nederlands grondgebied.
De rechtbank stond de overlevering toe en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe ondanks het onschuldverweer.