ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ3787
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Uitleg polisvoorwaarde over gevaarsobject bij bedrijfsschadeverzekering en dekking gestolen auto
De zaak betreft een geschil tussen A B.V. en Generali Schadeverzekering over de dekking van bedrijfsschade na de diefstal en uitbranding van een bedrijfsauto. De bestuurder van A B.V. werd bij een beroving om het leven gebracht en de auto, voorzien van beveiliging, werd gestolen. A B.V. vordert vergoeding van bedrijfsschade op grond van haar verzekering bij Generali.
Centrale vraag is of de auto kwalificeert als een gevaarsobject onder artikel 1.8 van de polisvoorwaarden, waarin het begrip gevaarsobject wordt omschreven als het gebouw en/of de inhoud daarvan, waaronder bedrijfsuitrusting, inventaris en goederen. Generali betwist dat de auto hieronder valt, omdat motorrijtuigen volgens gangbaar taalgebruik niet tot bedrijfsuitrusting of inventaris behoren en doorgaans niet in of om het gebouw zijn gestald.
De rechtbank volgt Generali in haar uitleg en oordeelt dat de auto geen gevaarsobject is. De brief van Generali waarin een expert werd ingeschakeld, wordt niet gezien als erkenning van aansprakelijkheid. De schadevergoeding wordt daarom afgewezen en A B.V. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de gestolen auto geen gevaarsobject is onder de polisvoorwaarden en wijst de vordering tot schadevergoeding af.