ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ5082
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Verbod op openbare beschuldiging als moordenaar in Deventer moordzaak
In de Deventer moordzaak heeft eiser gevorderd om gedaagde te verbieden hem in het openbaar, onder meer via internet, als moordenaar of verdachte aan te wijzen. Gedaagde voerde een mediaoffensief om de onschuld van de veroordeelde Ernest L. aan te tonen en beschuldigde eiser herhaaldelijk van de moord. De rechtbank weegt het recht op bescherming van de eer en goede naam van eiser zwaarder dan de vrijheid van meningsuiting van gedaagde.
De rechtbank overweegt dat hoewel gedaagde een ernstige misstand aan de kaak stelt, het herhaaldelijk en indringend aanwijzen van eiser als dader zonder rechterlijke veroordeling onrechtmatig is. Dit leidt tot een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer van eiser. De vrijheid van meningsuiting wordt beperkt omdat het doel van gedaagde reeds is bereikt door het oriënterend onderzoek en het herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.
De voorzieningenrechter verbiedt gedaagde daarom om eiser als moordenaar of verdachte aan te wijzen, onder dwangsom. Gedaagde mag zijn overtuiging wel bij bevoegde instanties uitdragen. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden eiser in het openbaar als moordenaar of verdachte aan te wijzen onder dwangsom.