ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ5737
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th. S. Röell
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid sloper voor instorting pand en schade aan belendend perceel
In deze zaak vorderen de verzekeraars (Assuradeuren) van hoofdaannemer A vergoeding van schade veroorzaakt door de instorting van een pand aan de Bloemgracht te Amsterdam op 20 december 1994. Zij stellen dat de sloper B aansprakelijk is wegens fouten bij de sloopwerkzaamheden, zoals het ontbreken van stut- en stempelwerk en een verkeerde sloopvolgorde.
B voert verweer met onder meer verjaring, een exoneratiebeding in haar algemene voorwaarden en betwisting van de oorzaak van de instorting. De rechtbank oordeelt dat de verjaring is gestuit door tijdige en geldige correspondentie. Het beroep op het exoneratiebeding faalt omdat de algemene voorwaarden niet aan A zijn overhandigd.
De rechtbank baseert zich op diverse expertiserapporten, waaronder dat van TNO Bouw, en concludeert dat de instorting niet het gevolg is van onzorgvuldig handelen door B. De sloopvolgorde was niet onjuist, en het ontbreken van stut- en stempelwerk was uitdrukkelijk uitgesloten in de offerte en lag in de verantwoordelijkheid van A en haar constructeur. De vordering wordt afgewezen en de verzekeraars worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de verzekeraars af wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldig handelen door de sloper.