ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ5836
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling onverschuldigd verklaard onder Zwitsers recht in faillissementsprocedure
In deze civiele bodemprocedure vordert de curator in het faillissement van A betaling van twee bedragen van MOC AG, een Zwitserse vennootschap. De rechtbank stelt vast dat Nederlands procesrecht van toepassing is, maar dat het bewijsrecht materieel van aard is en daarom het Zwitserse recht, specifiek dat van het kanton Zug, geldt voor de onverschuldigde betaling.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van €830.384,20 toe, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is. Voor de vordering van €24.310.000,-- bestaat echter ernstige twijfel over de gegrondheid, mede gebaseerd op verklaringen en een strafrechtelijk vonnis waaruit blijkt dat de betalingen mogelijk schijnconstructies zijn. De overgelegde kwitanties zijn valselijk opgemaakt en onder het Zwitserse bewijsrecht hebben zij geen dwingende bewijskracht.
Daarom wijst de rechtbank deze vordering voorlopig niet toe en geeft de curator de gelegenheid om zijn vordering nader toe te lichten. De procedure wordt aangehouden voor verdere beslissing na nadere toelichting.
Uitkomst: Betaling van €830.384,20 toegewezen en vordering van €24.310.000,-- aangehouden voor nadere toelichting.