ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ9913
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning materiële en immateriële schadevergoeding na bewezen verkrachting
Eiseres heeft materiële en immateriële schadevergoeding gevorderd wegens de verkrachting die zij op 16 juli 2000 door gedaagde heeft ondergaan. Gedaagde is hiervoor strafrechtelijk veroordeeld in drie instanties. De materiële schade betreft kosten voor psychologische behandelingen, waarvan eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij deze nog jaren zal moeten ondergaan. De immateriële schade betreft pijn, angst en trauma's, waarvoor eiseres een bedrag van €15.000,- vorderde.
Gedaagde erkent de onrechtmatige daad en de geleden schade, maar betwist de hoogte van de schadevergoeding en wijst op zijn slechte financiële situatie en reeds gedane betalingen. De rechtbank acht de materiële schadevergoeding van €5.000,- redelijk en wijst deze toe. Voor de immateriële schade wordt een bedrag van €7.500,- toegewezen, lager dan gevorderd, omdat de vergelijkingen uit de Smartengeldgids niet volledig overeenkomen.
De reeds betaalde €2.000,- wordt in mindering gebracht, maar de kosten van rechtsbijstand worden niet verrekend omdat deze niet in deze procedure zijn gevorderd. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €10.500,- plus rente en proceskosten. De financiële situatie van gedaagde wordt niet meegewogen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €10.500,- schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten.