ECLI:NL:RBAMS:2006:BA3548
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M.P.M. Strengers
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering Dexia wegens niet-betaalde effectenlease-overeenkomst
Dexia Bank Nederland N.V., rechtsopvolger van Bank Labouchère N.V., vordert betaling van een restantbedrag uit een effectenlease-overeenkomst gesloten met gedaagde. De overeenkomst betrof een lease van aandelen met een totale lening van fl. 17.063,06, waarvan gedaagde nog €604,57 verschuldigd was na verkoop van de effecten.
Gedaagde voerde verweer dat zijn echtgenote toestemming had moeten geven voor het aangaan van de overeenkomst en dat hij misleid was over de aard van de lening, mede omdat hij zich had aangesloten bij de Stichting Leaseverlies. De rechtbank oordeelde dat het niet noodzakelijk was te bepalen of het een koop op afbetaling betrof, omdat de echtgenote zich niet op nietigheid had beroepen. Verder was gedaagde bekend met de overeenkomst en had hij eerdere winst uit soortgelijke contracten ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden door de bank. Dexia had bovendien de buitengerechtelijke incassokosten voldoende onderbouwd. De vordering werd dan ook toegewezen, inclusief betaling van rente en proceskosten. De veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het restantbedrag, incassokosten, rente en proceskosten aan Dexia.