ECLI:NL:RBAMS:2006:BD3834
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering vreemdeling met verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd naar Duitsland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 oktober 2006 de vordering tot overlevering van een persoon met de Bosnische nationaliteit en een Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan Duitsland. Het Europese aanhoudingsbevel betrof een strafrechtelijk onderzoek naar een overval gepleegd in Duitsland.
De verdediging voerde onder meer aan dat het ne bis in idem-beginsel zich tegen overlevering verzet, omdat de verdachte in Nederland ook strafrechtelijk werd vervolgd. De rechtbank oordeelde dat Nederland geen rechtsmacht heeft over het feit dat geheel in Duitsland is gepleegd, zodat het verweer faalt. Tevens werd aangevoerd dat artikel 6 OLW Pro bescherming biedt aan vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar deze garantie geldt alleen indien Nederland rechtsmacht heeft.
De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 16 van Pro het Vluchtelingenverdrag en het verzoek dat Nederland de strafvervolging overneemt op grond van artikel 4a Wetboek van Strafrecht. De overlevering werd toegestaan omdat aan de wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan en er geen beletselen waren voor uitlevering.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe.