ECLI:NL:RBAMS:2006:BD3838
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep ne bis in idem en toewijzing overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel
De Rechtbank Amsterdam behandelde op 20 oktober 2006 een verzoek tot overlevering van een persoon met Servokroatische nationaliteit en een Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Het verzoek was gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door Duitse autoriteiten wegens het medeplegen van een overval in Duitsland.
De verdediging voerde aan dat het ne bis in idem-beginsel van toepassing was omdat de opgeëiste persoon in Nederland al werd vervolgd voor een reeks delicten en dat het feit waarvoor overlevering werd gevraagd onderdeel uitmaakte van het Nederlandse strafonderzoek. De rechtbank oordeelde echter dat Nederland geen rechtsmacht heeft voor het feit dat geheel in Duitsland is gepleegd en dat het ne bis in idem-verweer feitelijk geen grond heeft.
Daarnaast werd het beroep op artikel 6 van Pro de Overleveringswet en artikel 16 van Pro het Vluchtelingenverdrag verworpen omdat de garantie van artikel 6 OLW Pro alleen geldt indien Nederland rechtsmacht heeft. Het verzoek tot overlevering werd daarom toegewezen, waarbij tevens werd gewezen op het ontbreken van een rechtsmiddel tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op ne bis in idem af en staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe.