ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4461
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel en overlevering aan Italië
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof drugshandel, specifiek de levering van 11,275 kilo cocaïne, en andere feiten die onvoldoende concreet waren omschreven.
De rechtbank constateerde dat de feitomschrijving in het EAB slechts gedeeltelijk voldeed aan de vereisten van artikel 2, tweede lid, van de Overleveringswet (OLW). De overlevering werd toegestaan voor het drugstransport van 11,275 kilo cocaïne dat op 26 september 2003 werd onderschept, maar geweigerd voor de overige feiten wegens gebrek aan duidelijke omschrijving.
De verdachte, die de Nederlandse nationaliteit bezit, voerde onschuld aan maar kon dit niet aantonen. De rechtbank achtte het strafbare feit ook strafbaar naar Nederlands recht en vond de garanties van Italië voor teruggeleiding na veroordeling voldoende. De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding van behandeling af en besloot tot gedeeltelijke toewijzing van het overleveringsverzoek.
Uitkomst: Gedeeltelijke overlevering toegestaan voor drugstransport van 11,275 kilo cocaïne, overige feiten geweigerd.