ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4475
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen- van Alphen
- M. van Mourik
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens oplichting
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 november 2006 de vordering tot overlevering van een Duitse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de hoofdofficier van justitie te Düsseldorf. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier jaar, waarvan nog 489 dagen resteren, opgelegd wegens oplichting.
De verdediging voerde aan dat de verdachte het te executeren strafdeel reeds had uitgezeten en dat de onderliggende vonnissen en beslissingen niet waren meegezonden, waardoor controle onmogelijk was. De officier van justitie stelde dat het EAB en een toelichting van 18 september 2006 een herroeping van het voorwaardelijke strafdeel bevestigen, en dat de rechtbank zich niet hoeft te buigen over de juistheid van deze executiebeslissingen.
De rechtbank oordeelde dat het feit terecht onder de categorie 'oplichting' valt zoals vermeld in bijlage 1 van de Overleveringswet, en dat de Duitse autoriteiten in redelijkheid tot deze kwalificatie zijn gekomen. De verdachte erkende zijn identiteit en Duitse nationaliteit. Gezien de voldane voorwaarden van de Overleveringswet werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf wegens oplichting.