ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ7278
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling spaargelden na echtscheiding met kracht van gewijsde
De man en vrouw zijn in 2000 in Turkije gehuwd en in 2003 is het huwelijk ontbonden door beschikking van de rechtbank Amsterdam. In die beschikking is bindend geoordeeld dat er geen gemeenschap van goederen is en dat de man geen vordering heeft op de vrouw tot betaling van spaargelden. De man vordert in deze procedure betaling van bedragen die de vrouw in 2002 van zijn rekeningen heeft opgenomen.
De vrouw stelt zich op het standpunt dat de vorderingen niet-ontvankelijk zijn vanwege de kracht van gewijsde van de beschikking van 2003, waarin reeds over deze vorderingen is beslist. De rechtbank oordeelt dat artikel 236 Rv Pro analoog van toepassing is op deze beschikking en dat de man daardoor niet opnieuw kan vorderen wat reeds bindend is afgewezen.
De rechtbank wijst de vorderingen van de man af en veroordeelt hem in de proceskosten. De vrouw heeft betwist dat de opnames onrechtmatig waren en heeft aangevoerd dat de spaarrekening op naam van beiden stond en dat zij ook aan het saldo heeft bijgedragen. De rechtbank ziet geen reden om de eerdere beschikking te herzien en bevestigt de afwijzing van de vorderingen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de man af vanwege kracht van gewijsde van eerdere beschikking en veroordeelt hem in de proceskosten.