ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ8671
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Y.C. Poelmann
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over onrechtmatigheid van media-uitlatingen over advocaat Moszkowicz
De zaak betreft een kort geding aangespannen door advocaat Bram Moszkowicz tegen J.P.W. Kelder en Quote Magazines B.V. Moszkowicz vordert een verbod op verdere onrechtmatige uitlatingen en rectificatie van reeds gedane uitlatingen over zijn persoon, met name in relatie tot zijn rol als raadsman van Willem Holleeder en zijn eerdere werkzaamheden voor de vermoorde vastgoedhandelaar Willem Endstra.
De uitlatingen van Kelder, gedaan in een radioprogramma en op de website Quotenet, betreffen onder meer beschuldigingen dat Moszkowicz met zwart geld wordt betaald, zijn geheimhoudingsplicht zou hebben geschonden, en nauwe, vriendschappelijke banden met de onderwereld onderhoudt. Moszkowicz stelt dat deze uitlatingen onwaar, onnodig kwetsend en onrechtmatig zijn, en dat Kelder zijn journalistieke zorgvuldigheid heeft geschonden.
De voorzieningenrechter weegt het recht op vrije meningsuiting van Kelder af tegen het recht op bescherming van de goede naam van Moszkowicz. Gelet op de omstandigheden, waaronder de publieke bekendheid van Moszkowicz, de context van het debat, en het feit dat Kelder zijn uitlatingen met feiten en omstandigheden heeft onderbouwd, oordeelt de rechter dat de uitlatingen niet onrechtmatig zijn. Ook het gebruik van scherpe bewoordingen wordt geaccepteerd binnen de context van het debat.
De vorderingen van Moszkowicz worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechter benadrukt dat Moszkowicz als publiek figuur een grotere tolerantie moet betrachten ten aanzien van kritiek in de media.
Uitkomst: De rechter wijst de vorderingen van Moszkowicz af en oordeelt dat de uitlatingen van Kelder niet onrechtmatig zijn.