ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ9873
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Verzoeker, laatst werkzaam als darmbewerker, kreeg sinds 1996 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2006 stelde verweerder na medisch en arbeidskundig onderzoek de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 15% en trok de uitkering per 2 oktober 2006 in. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat het primaire medisch onderzoek niet door een verzekeringsarts was verricht en dat het oordeel van de arts van de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) ten onrechte was genegeerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid omdat het medisch onderzoek niet door een verzekeringsarts was uitgevoerd, wat volgens jurisprudentie verplicht is bij WAO-zaken. Ook was de afwijking van het CNSS-oordeel niet onderbouwd. Daarom werd het bestreden besluit geschorst, waardoor de eerdere uitkeringsbeslissing bleef gelden en de uitbetaling werd hervat.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt geschorst en de uitkering wordt hervat.