ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ9985
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling centrum van voornaamste belangen bij omzetting surseance in faillissement BenQ Mobile Holding B.V.
BenQ Mobile Holding B.V. verkreeg op 27 december 2006 voorlopige surseance van betaling. Curatoren uit München stelden dat het centrum van de voornaamste belangen (COMI) in Duitsland lag, terwijl de bewindvoerder en BenQ Corp stelden dat dit in Nederland was. De rechtbank onderzocht de objectieve en voor derden verifieerbare feiten omtrent de feitelijke bedrijfsvoering en vestigingsplaats.
De rechtbank constateerde dat BenQ Mobile Holding B.V. een vaste inrichting in Nederland had met negen werknemers, een bestuurder woonachtig in Nederland en dat activiteiten voor derden kenbaar in Nederland werden verricht. Hoewel bestuurders en activiteiten deels in Duitsland plaatsvonden, was dit onvoldoende om het vermoeden van COMI in Nederland te ontkrachten.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige surseance van betaling moest worden ingetrokken wegens het ontbreken van uitzicht op voldoening aan schuldeisers en sprak het faillissement uit. Tevens werd vastgesteld dat de Nederlandse rechtbank bevoegd was op grond van de Europese Insolventieverordening, aangezien de COMI in Nederland lag en de faillietverklaring een voortzetting was van de insolventieprocedure die met de surseance was gestart.
De beslissing bevestigt dat het centrum van de voornaamste belangen autonoom en eenduidig moet worden vastgesteld op basis van objectieve criteria, waarbij de statutaire zetel het uitgangspunt is tenzij sprake is van een brievenbusmaatschappij zonder activiteiten in die lidstaat.
Uitkomst: De rechtbank verklaart BenQ Mobile Holding B.V. failliet en bevestigt haar bevoegdheid op grond van het COMI in Nederland.