ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ9992
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Hoogeveen
- N.C.H. Blankevoort
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen omzetting surseance in faillissement BenQ Mobile Holding B.V.
BenQ Mobile Holding B.V. (Holding), een Nederlandse dochter van het Taiwanese BenQ Corp, kreeg op 27 december 2006 voorlopige surseance van betaling verleend door de rechtbank Amsterdam. Kort daarna startte het Amtsgericht München insolventieprocedures voor Holding en haar Duitse dochters OHG en Wireless, met benoeming van curatoren.
Op 31 januari 2007 werd de voorlopige surseance ingetrokken en het faillissement van Holding uitgesproken door de rechtbank Amsterdam. Curatoren van de Duitse vennootschappen stelden verzet in tegen deze faillietverklaring, stellende dat de rechtbank onterecht oordeelde dat het centrum van voornaamste belangen (COMI) van Holding in Nederland lag en dat het faillissement niet aan de Duitse insolventieprocedure in de weg stond.
De rechtbank oordeelde dat het verzet tijdig was ingesteld en dat OHG en Wireless als schuldeisers van Holding konden worden aangemerkt, ondanks betwisting van vorderingen. Het belang van schuldeisers bij een Duits faillissement in plaats van een Nederlands faillissement werd niet als een deugdelijke grond voor verzet beschouwd. De rechtbank verwierp de stelling dat zij onbevoegd was om het faillissement uit te spreken en wees het verzet af.
De uitspraak benadrukt dat het faillissement van Holding rechtsgeldig is verklaard in Nederland en dat het verzet van de Duitse curatoren onvoldoende gronden bevat om deze beslissing te wijzigen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzet af en bevestigt het faillissement van BenQ Mobile Holding B.V. in Nederland.