ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1011
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid arts na medische fout met toekenning schadevergoeding
Eiseres stelt dat zij door een medische fout van gedaagde, een arts, arbeidsongeschikt is geraakt na een onterechte totaalextirpatie in september 1989. De rechtbank bevestigt dat gedaagde aansprakelijkheid heeft erkend voor de fout en dat het causaal verband tussen de fout en de psychische klachten van eiseres, waaronder een chronische PTSS en depressieve stoornis, voldoende is aangetoond op basis van deskundigenrapporten.
De rechtbank weegt de stellingen van beide partijen, waarbij gedaagde het causaal verband en de omvang van de schade betwist, onder meer vanwege secundaire traumatisatie en onvoldoende onderbouwing van het fictieve carrièreverloop en inkomen van eiseres. De rechtbank verwerpt het verweer dat eiseres onvoldoende heeft bijgedragen aan haar herstelproces.
Voor de schadeberekening wordt vastgesteld dat eiseres vanaf 1 januari 1997 een fictief inkomen moet worden gehanteerd gelijk aan het salaris van een fulltime hoogleraar privaatrecht. De rechtbank wijst de vordering toe, bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De arts wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade van eiseres met als uitgangspunt een fictief inkomen vanaf 1997 gelijk aan het salaris van een fulltime hoogleraar.