ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1023
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering monumentenvergunning voor plaatsing lift in beschermd rijksmonument
De Rijksgebouwendienst vroeg een monumentenvergunning aan voor het plaatsen van een lift in een luchtkoker van een beschermd rijksmonument te Amsterdam. Verweerder weigerde deze vergunning op basis van negatieve adviezen van de welstandscommissie en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ), die stelden dat de lift een inbreuk zou maken op monumentale waarden.
Verzoekers, waaronder een stichting die de kunstcollectie beheert en een bewoner van het pand, werden door de rechtbank als belanghebbenden erkend en ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat de adviezen onvoldoende gemotiveerd waren, omdat niet concreet werd aangegeven welke monumentale waarden in het geding waren en waarom sprake zou zijn van een grove inbreuk.
De rechtbank stelde vast dat verweerder geen nadere motivering had gevraagd en onvoldoende had toegelicht waarom de inbreuk niet toelaatbaar was in het licht van het gebruik van het monument. De beperkte zichtbaarheid en omvang van de liftopbouw en het bijzondere gebruik van het pand als museum werden meegewogen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de monumentenvergunning voor het plaatsen van de lift is vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.