ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1486
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- M. van Mourik
- A.H.J. Swart
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering voor invoer heroïne en cocaïne, weigering voor overige drugs en valsemunterij
De Rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot uitlevering aan Frankrijk van een persoon verdacht van betrokkenheid bij drugshandel en valsemunterij. Het Europese aanhoudingsbevel (EAB) van 23 februari 2005 en een aanvullend EAB van 21 januari 2007 vormden de basis van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat overlevering voor de invoer van heroïne en cocaïne toelaatbaar is, omdat deze feiten voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid en voldoende concreet zijn omschreven. Voor de invoer van crack, ecstasy, speed en andere verdovende middelen werd de overlevering geweigerd wegens onvoldoende eenduidigheid en onbepaaldheid, waardoor het vereiste van dubbele strafbaarheid niet kon worden vastgesteld.
De verdachte voerde verweren aan op grond van ne bis in idem en schending van het recht op een redelijke termijn en verdediging, maar deze werden verworpen. Tevens werd de weigeringgrond op grond van artikel 13 OLW Pro verworpen vanwege het belang van goede rechtsbedeling en het feit dat medeverdachten reeds in Frankrijk waren berecht.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan voor de invoer van heroïne en cocaïne, en te weigeren voor de overige drugs en valsemunterij. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Overlevering toegestaan voor invoer heroïne en cocaïne, geweigerd voor overige drugs en valsemunterij.