ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1492
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering niet toegestaan wegens onduidelijkheid gezamenlijke huishouding
Eiser ontving sinds 2003 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Vanaf januari 2005 ontving hij een bijstandsuitkering met een toeslag van 10% omdat zijn neef bij hem woonde. Verweerder voerde na huisbezoeken aan dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en trok de uitkering met terugwerkende kracht in. Eiser voerde aan dat hij slechts onderdak aan zijn neef bood en dat zij geen gezamenlijke huishouding voerden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij de toekenning van de bijstand de woonsituatie van eiser onjuist heeft beoordeeld. Eiser had redelijkerwijs niet kunnen begrijpen dat hij ten onrechte een uitkering als alleenstaande ontving, mede omdat het onderscheid tussen inwonend zijn en gezamenlijke huishouding complex is en er geen affectieve relatie was.
De rechtbank vernietigt het besluit van verweerder omdat het gebaseerd is op een onjuiste wettelijke grondslag en in strijd is met het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering met terugwerkende kracht wordt vernietigd.