ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3539
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.G. van der Schroeff
- D.J. Cohen Tervaert
- J. Piena
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid raadkamer en onthouding processtukken in moordonderzoek
In de zaak van verdachte, gedagvaard in een moordonderzoek, heeft de rechtbank Amsterdam op 17 april 2007 een beschikking gegeven over het verzoek van verdachte om alle processtukken te ontvangen. Verdachte was op 13 december 2006 in Duitsland aangehouden en sinds 24 december 2006 in voorlopige hechtenis. De officier van justitie had processtukken onthouden met het oog op de voortgang van het onderzoek en de waarheidsvinding.
De rechtbank overwoog dat hoewel artikel 21 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de rechtbank beslist over verzoeken tijdens de terechtzitting, het beginsel van 'equality of arms' uit het EVRM vereist dat de rechtbank niet meer kennis mag hebben van processtukken dan de verdediging zodra het onderzoek ter terechtzitting is begonnen. Daarom acht de rechtbank de raadkamer bevoegd om te beslissen over het verzoek om processtukken, ook al vindt de zaak nog geen inhoudelijke behandeling plaats.
Artikel 33 Sv Pro bepaalt dat processtukken niet mogen worden onthouden zodra het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten of de dagvaarding is betekend, maar bij een pro forma zitting kan onthouding gerechtvaardigd zijn als het onderzoek nog loopt en er ernstige vrees bestaat dat openbaarmaking de waarheidsvinding schaadt. De officier van justitie motiveerde dit met mogelijke belemmering van het onderzoek en risico op openbaarmaking van vertrouwelijke informatie.
De rechtbank verwierp het argument dat proceshouding van verdachte beïnvloed mag worden en vond dat de officier van justitie onvoldoende had toegelicht welke stukken precies onthouden moesten worden en waarom. De officier van justitie werd in de gelegenheid gesteld een schriftelijke opgave te doen van voltooide deelonderzoeken en relevante stukken, waarna de behandeling van het verzoek zou worden voortgezet. De beslissing werd aangehouden tot 1 mei 2007.
Uitkomst: De behandeling van het verzoek om processtukken wordt aangehouden tot nadere opgave door de officier van justitie.