ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3545
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G. Vegter - Fieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Zorg en Zekerheid wegens niet-opeisbaarheid achterstallige premiebetalingen
Zorg en Zekerheid heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde tot betaling van een achterstand in premiebetalingen van € 294,92, bestaande uit hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde was verzekerd bij Zorg en Zekerheid in 2005 en 2006 en had een betalingsachterstand van € 699,85 per 31 maart 2006. Na meerdere aanmaningen is een betalingsregeling getroffen waarbij gedaagde termijnen van € 295,89 per 30 dagen zou betalen, maar deze regeling werd niet nagekomen.
Vervolgens stelde de gemachtigde van gedaagde een nieuwe betalingsregeling voor van € 150,00 per maand, welke door Zorg en Zekerheid werd geaccepteerd. Hierdoor werd de vordering niet langer direct opeisbaar. De rechtbank oordeelt dat omdat gedaagde de nieuwe regeling niet heeft geschonden vóór de zitting, de vordering niet-ontvankelijk is. De procedure werd voortgezet ondanks de regeling, maar dit was onterecht.
De rechtbank benadrukt dat de betalingsregeling blijft gelden en dat bij niet-nakoming van deze regeling de vordering alsnog opeisbaar wordt. Zorg en Zekerheid wordt veroordeeld in de proceskosten van € 100,00 aan de zijde van gedaagde. De uitspraak betekent niet dat gedaagde niet hoeft te betalen, maar dat de vordering op dit moment niet kan worden afgedwongen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vordering van Zorg en Zekerheid niet-ontvankelijk wegens een lopende betalingsregeling die niet is geschonden.