ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3953
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen exploitatieverbod kindercentrum wegens onvoldoende naleving wettelijke eisen
Verzoekster exploiteert een kindercentrum met drie groepen in Amsterdam. Verweerder heeft meerdere keren aanwijzingen gegeven wegens niet-naleving van wettelijke eisen op het gebied van personeel, risico-inventarisatie, veiligheid, accommodatie en pedagogisch klimaat. Ondanks herhaalde waarschuwingen en aanwijzingen, waaronder dwangsombesluiten, heeft verzoekster niet tijdig en adequaat aan deze eisen voldaan.
De GGD voerde meerdere inspecties uit en concludeerde dat de risico-inventarisaties en het pedagogisch beleidsplan onvoldoende waren. Verzoekster diende wel nieuwe documenten in, maar deze voldeden niet aan de gestelde eisen. Verweerder legde daarom een verbod op tot voortzetting van de exploitatie van het kindercentrum met ingang van 10 april 2007.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening, stellende dat zij aan de aanwijzingen had voldaan en dat het verbod disproportioneel was. De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was het verbod op te leggen en dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat zij aan de aanwijzingen heeft voldaan. Het belang van de kwaliteit en veiligheid van de kinderopvang weegt zwaarder dan het belang van verzoekster bij voortzetting.
De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af, maar geeft verzoekster een week om zich op het verbod voor te bereiden. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen het exploitatieverbod van het kindercentrum wordt afgewezen.