ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5586
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Branbergen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank voor onvoldoende spreiding aandelenportefeuille en schadevergoeding
In deze civiele bodemzaak vordert eiser, een besloten vennootschap, schadevergoeding van ABN AMRO wegens onvoldoende spreiding van zijn aandelenportefeuille en het nalaten van adequaat beleggingsadvies. Na het horen van getuigen concludeert de rechtbank dat ABN AMRO niet is geslaagd in het bewijs dat zij eiser voldoende heeft gewaarschuwd en geadviseerd over de risico’s van concentratie in ICT-aandelen, met name in de periode van 1 maart 2000 tot de gedwongen liquidatie van de portefeuille op 20 maart 2001.
De rechtbank weegt mee dat eiser zelf een duidelijke voorkeur had voor beleggingen in de ICT-sector en dat een aanvaardbaar percentage van 40-50% van het belegde vermogen in die sector passend was. Ook houdt de rechtbank rekening met de algemene koersval op de beurs in de betreffende periode, waardoor ook bij betere spreiding aanzienlijke verliezen onvermijdelijk waren. Daarnaast wordt de schade naar redelijkheid en billijkheid voor de helft toegerekend aan eiser zelf, vanwege zijn eigen verantwoordelijkheid en initiatieven in de beleggingsbeslissingen.
De rechtbank stelt de schadevergoeding vast op 15% van het geleden verlies van €919.372,-, zijnde €137.905,-, en veroordeelt ABN AMRO tot betaling hiervan met wettelijke rente. Verder worden proceskosten gecompenseerd en worden de overige vorderingen afgewezen.
Uitkomst: ABN AMRO wordt veroordeeld tot betaling van €137.905,- schadevergoeding wegens onvoldoende beleggingsadvies.