ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5593
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens asbestblootstelling wegens verjaring
Eiser A, voormalig werknemer bij scheepswerf ADM, vordert een verklaring voor recht en schadevergoeding van Hertel B.V. wegens blootstelling aan asbest tijdens werkzaamheden tussen 1951 en 1967. A stelt dat Hertel verwijtbaar heeft gehandeld en daardoor schadeplichtig is geworden. Hertel voert verweer dat de vordering verjaard is.
De rechtbank stelt vast dat de blootstelling aan asbest in ieder geval in 1967 is beëindigd en dat sindsdien meer dan 30 jaar zijn verstreken, waardoor de vordering in principe verjaard is. De Hoge Raad heeft echter bepaald dat in uitzonderlijke gevallen de verjaringstermijn buiten toepassing kan blijven als toepassing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
De rechtbank weegt verschillende gezichtspunten, zoals aard van de schade, de mate van verwijtbaarheid, het tijdsverloop, en het feit dat Hertel pas in 2005 aansprakelijk werd gesteld. Ondanks de ernstige gevolgen voor A, concludeert de rechtbank dat het beginsel van rechtszekerheid prevaleert en dat de toepassing van de verjaringstermijn niet onaanvaardbaar is. De vordering wordt daarom afgewezen. A wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser wegens asbestschade wordt afgewezen wegens verjaring.