ECLI:NL:RBAMS:2007:BA7310
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering WIK-uitkering wegens onterecht vermogenstoerekening schenking kunstenaar
Eiser ontvangt sinds 1999 een uitkering op grond van de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars (WIK). Verweerder stelde dat een schenking van € 4.200,- door eisers vader in 2003 als vermogen moest worden aangemerkt, waardoor eiser boven de vermogensgrens kwam en een deel van de uitkering ten onrechte werd betaald. Verweerder herzag het recht op uitkering en vorderde € 3.929,81 terug.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de schenking als vermogen heeft aangemerkt zonder rekening te houden met het feit dat eiser de schenking heeft gebruikt voor beroepskosten, waaronder de huur van zijn atelier. Dit vermogen was noodzakelijk voor de uitoefening van zijn beroep als kunstenaar, waardoor het volgens artikel 2, eerste lid, onder b, van de WIK niet in aanmerking had mogen worden genomen.
Verder concludeert de rechtbank dat verweerder de wettelijke bepalingen van de WIK, zoals die golden in de relevante periode, niet correct heeft toegepast en dat het besluit daarom niet in stand kan blijven. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit om de schenking als vermogen aan te merken en de WIK-uitkering terug te vorderen wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen.