ECLI:NL:RBAMS:2007:BA7314
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- M. van Mourik
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Britse justitie ondanks onschuldverweer en medische situatie
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan het Verenigd Koninkrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd wegens illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon voerde onschuldverweer en stelde dat sprake was van persoonsverwisseling, wat door de rechtbank werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat de bewijsvoering en getuigenverklaringen voldoende waren om het onschuldverweer te weerleggen.
De rechtbank besteedde aandacht aan de medische situatie van de opgeëiste persoon, die ernstig hartlijden heeft, maar achtte dit geen reden om de overlevering te weigeren. De officier van justitie kreeg de bevoegdheid om bij daadwerkelijke overlevering rekening te houden met de gezondheidssituatie. Tevens werd de toepassing van artikel 13 Overleveringswet Pro besproken, waarbij de rechtbank besloot af te zien van de weigeringgrond omdat het zwaartepunt van de strafzaak in het Verenigd Koninkrijk ligt en de Britse autoriteiten garanties hebben gegeven.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan, waaronder de vereiste dubbele strafbaarheid, en dat de persoonlijke belangen van de opgeëiste persoon voldoende waren meegewogen. De overlevering werd daarom toegestaan zonder dat tegen deze uitspraak een gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Rechtbank Amsterdam staat overlevering van de opgeëiste persoon aan het Verenigd Koninkrijk toe.