ECLI:NL:RBAMS:2007:BA8371
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen terugvordering WW-uitkering
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin een bedrag van € 3990,35 werd teruggevorderd wegens ten onrechte ontvangen WW-uitkering. Het bezwaar werd te laat ingediend en door verweerder niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank overwoog dat de termijn voor bezwaar zes weken bedraagt en dat een niet-ontvankelijkverklaring achterwege moet blijven als niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Eiser had erkend het besluit te hebben ontvangen, maar was vanwege een ernstige, levensbedreigende ziekte voor behandeling in Hong Kong van 22 april tot 21 juni 2005 afwezig. Dit was aan verweerder gemeld en geaccordeerd.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat eiser geen adequate postverzorging kon regelen, achtte de rechtbank de termijnoverschrijding verschoonbaar. Het bezwaar werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van de WW-uitkering wordt gegrond verklaard vanwege verschoonbare termijnoverschrijding.