ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9166
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- M.Y.C. Poelmann
- Rechtspraak.nl
Het OM hoeft hechtenis van verdachte niet op te heffen ondanks onrechtmatige eerdere detentie
Eiser werd op 15 december 2006 aangehouden op grond van de Overleveringswet na een verzoek van Oostenrijk. Op 16 maart 2007 werd de detentie op grond van de Overleveringswet geschorst en de bewaring op grond van de Vreemdelingenwet opgeheven omdat deze onrechtmatig was. Desondanks werd eiser op 30 maart 2007 opnieuw aangehouden op basis van een vonnis van de rechtbank dat overlevering aan Oostenrijk toestond.
Eiser stelde dat zijn aanhouding op 30 maart 2007 onrechtmatig was omdat hij op dat moment onrechtmatig in vreemdelingenbewaring verbleef en de Staat daardoor onrechtmatig gebruik maakte van die situatie. De Staat voerde aan dat de aanhouding rechtmatig was op grond van een geldig aanhoudingsbevel en dat het feit dat eiser nog niet was vrijgelaten na het opheffen van de vreemdelingenbewaring niet leidde tot onrechtmatigheid.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eiser ten onrechte nog in vreemdelingenbewaring verbleef, dit niet betekent dat de daaropvolgende aanhouding onrechtmatig was. Er was geen bewijs dat de Staat bewust de opheffing van de vreemdelingenbewaring had uitgesteld om eiser in de macht van de Staat te houden. De belangen van eiser waren niet geschaad en zijn vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de aanhouding van eiser rechtmatig is ondanks zijn onrechtmatige eerdere detentie en wijst het verzoek tot onmiddellijke vrijlating af.