ECLI:NL:RBAMS:2007:BB0606
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na ongesplitste aankoop met bovenwoning
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van haar woning, die door de gemeente was vastgesteld op €241.000. De woning was samen met een bovenwoning in ongesplitste en vermoedelijk deels verhuurde staat gekocht voor een gezamenlijke prijs van €460.000. Eiseres stelde dat haar woning een derde van deze prijs waard was, namelijk €153.000.
De rechtbank overwoog dat de Wet WOZ vereist dat de waarde wordt bepaald op de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak zelf, waarbij de koopprijs als uitgangspunt geldt. Echter, omdat de aankoop betrekking had op twee woningen samen in ongesplitste staat en waarschijnlijk deels verhuurd, kon de gezamenlijke koopprijs niet als juiste basis dienen voor de waardebepaling van de individuele woning.
Verweerder overlegde een taxatie van €230.500, gebaseerd op vergelijkingsobjecten die qua type, bouwjaar en ligging vergelijkbaar waren. De rechtbank achtte dit aannemelijk en stelde de waarde van de woning daarom vast op €230.500. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd, de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd en de gemeente werd gelast het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is vastgesteld op €230.500 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd.