ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1350
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks financiële moeilijkheden
Eiser werd door verweerder een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 lid 1 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Eiser voerde aan dat hij niet als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt, omdat er geen arbeidsovereenkomst was en de persoon uit eigen beweging handelde. Tevens stelde hij dat de boete onevenredig hoog was vanwege zijn slechte financiële situatie, waaronder opname in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP).
De rechtbank oordeelde dat het feitelijk laten verrichten van arbeid doorslaggevend is voor het werkgeversbegrip in de Wav, ongeacht arbeidsovereenkomst of beloning. De waarnemingen van de opsporingsambtenaren werden bevestigd en voldoende betrouwbaar bevonden.
Hoewel eiser na het bestreden besluit in de WSNP werd opgenomen en zijn financiële situatie ernstig was, vond de rechtbank dit geen reden tot matiging van de boete. De punitieve boete werd als proportioneel beoordeeld, mede gelet op de mogelijkheid tot nadere afspraken over aflossing. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €4.000 wegens overtreding van de Wav is ongegrond verklaard.