ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1857
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arbitrale vonnissen wegens onjuiste beslissingsmaatstaf
W.R.T. Beheers- en Beleggingsmaatschappij B.V. startte een arbitrageprocedure tegen D.B.M. Blending B.V. over de financiële afwikkeling van een beëindigd samenwerkingsverband. De voorzieningenrechter benoemde drie arbiters die in 2005 en 2006 arbitrale vonnissen uitvaardigden. D.B.M. Blending B.V. vorderde vernietiging van deze vonnissen omdat de arbiters zich niet aan hun opdracht hielden door als beslissingsmaatstaf 'goede mannen naar billijkheid' te hanteren, terwijl partijen dit niet hadden afgesproken.
De rechtbank oordeelde dat de arbiters inderdaad een onjuiste beslissingsmaatstaf hadden toegepast en dat dit een schending van artikel 1054 lid 1 Rv Pro betekende. De rechtbank wees het verweer van W.R.T. af dat D.B.M. onvoldoende belang had of niet tijdig had opgetreden tijdens de arbitrage. D.B.M. had tijdig en herhaaldelijk gewezen op de juiste maatstaf en had voldoende medewerking verleend.
De rechtbank vernietigde daarom zowel het arbitrale tussenvonnis als het eindvonnis en veroordeelde W.R.T. in de proceskosten. De overige vernietigingsgronden behoefden geen bespreking meer. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Thomas op 18 april 2007.
Uitkomst: De arbitrale vonnissen zijn vernietigd wegens het niet naleven van de overeengekomen beslissingsmaatstaf.