ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1868
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg valuation clause in goederentransportverzekering bij zending op DES condities
In deze zaak staat de uitleg van artikel 24(A) van een goederentransportverzekeringsovereenkomst centraal, waarin een 10% opslag op de contractverkoopprijs of marktwaarde is opgenomen. MRI, de eiseres, stelt dat deze opslag ongeacht de verkoopcondities geldt, ook bij verkoop onder DES condities, waarbij het risico pas bij aflevering in de bestemmingshaven overgaat. Verzekeraars betwisten dit en menen dat de opslag slechts bedoeld is ter dekking van imaginaire winst bij andere verkoopcondities dan DES.
De rechtbank overweegt dat de tekst van artikel 24(A) en artikel 23(f) van de verzekeringsovereenkomst niet uitsluiten dat de opslag ook bij DES condities geldt. MRI heeft bovendien voldoende bewijs geleverd dat een dergelijke clausule in de internationale goederentransportverzekeringsbranche gebruikelijk is, ongeacht de verkoopcondities. Het beroep van verzekeraars op het indemniteitsbeginsel wordt verworpen omdat MRI daadwerkelijk schade heeft geleden en de opslag niet leidt tot een duidelijk voordeel.
De rechtbank wijst erop dat de discussie is ontstaan omdat het verzekerde evenement daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en MRI geconfronteerd werd met kosten en schade. De zaak wordt aangehouden voor nader bewijs en nadere procedure over de rafractiemethode die verzekeraars aanvoeren voor schadeberekening.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de 10% opslag in de valuation clause ook geldt bij verkoop onder DES condities en wijst het beroep op het indemniteitsbeginsel af, maar houdt verdere bewijslevering aan.