ECLI:NL:RBAMS:2007:BB2278
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering Nike tot nakoming sponsorovereenkomst met voetballer
Nike en een professionele voetballer sloten in 2003 een sponsorovereenkomst met een looptijd tot 31 maart 2007, voorzien van een optie voor Nike om de overeenkomst eenzijdig te verlengen. Nike maakte gebruik van deze optie en verlengde de overeenkomst tot 31 maart 2011. De voetballer tekende vervolgens een sponsorcontract met Adidas en stelde dat de overeenkomst met Nike was geëindigd per 1 april 2007.
Nike vordert in kort geding dat de voetballer wordt verplicht Nike-producten te dragen en het gebruik van concurrerende merken wordt verboden, onder dreiging van dwangsommen. De voetballer betwist de geldigheid van de verlengingsoptie en voert aan dat de Portugese versie van de overeenkomst geldt, waarin geen verlenging is opgenomen, en dat de verlenging onredelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de Engelse en Portugese overeenkomsten materieel gelijk zijn en dat Nike terecht de verlengingsoptie heeft uitgeoefend. Het verweer dat de verlenging onredelijk zou zijn, wordt verworpen omdat de voetballer een professionele sporter is die zich kan laten adviseren. Nike heeft bovendien een hoger aanbod gedaan na de verlenging. De vorderingen worden toegewezen, met gematigde dwangsommen en een maximum.
De voetballer wordt veroordeeld om uitsluitend Nike-producten te dragen tijdens publieke en sportieve activiteiten en het gebruik van Adidas-producten en het toestaan van concurrenten om zijn naam en beeltenis te gebruiken wordt verboden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de voetballer wordt in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De voetballer is veroordeeld tot nakoming van de sponsorovereenkomst met Nike en verboden concurrentiemerken te dragen.