ECLI:NL:RBAMS:2007:BB2340
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. van den Brink
- M.A.H. van Dalen-van Bekkum
- J.J. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bedreiging, mishandeling en belaging met verminderd toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor meerdere feiten van bedreiging jegens ambtenaren, mishandeling van zijn toenmalige vriendin en een collega van haar, en belaging door stelselmatig inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-vriendin. De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele ten laste gelegde bedreigingen met betrekking tot e-mails aan een slachtoffer, omdat deze in de context van een televisieprogramma als fantasierijk en niet als daadwerkelijke bedreigingen werden beoordeeld.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van slachtoffers en getuigen, en rapporten van deskundigen. Uit het Pieter Baan Centrum kwam naar voren dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege een ziekelijke stoornis, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd.
De rechtbank wees het verzoek van de officier van justitie af om verdachte ter beschikking te stellen met dwangverpleging, gelet op de ernst van de bewezen feiten en de persoon van verdachte. In plaats daarvan werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht.
De straf weerspiegelt de ernst van de bedreigingen, de mishandelingen en de belaging, waarbij ook rekening is gehouden met de psychische impact op de slachtoffers en de maatschappelijke onveiligheid die dergelijke delicten veroorzaken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf wegens bedreiging, mishandeling en belaging met verminderd toerekeningsvatbaarheid.