ECLI:NL:RBAMS:2007:BB2786
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekenbare tekortkoming DPW onder Letter of Comfort jegens Deutsche Bank
De zaak betreft de vraag of DPW toerekenbaar tekort is geschoten door niet te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van een Letter of Comfort (LOC) aan Deutsche Bank (DB). DPW had zich verplicht om Mareno, een dochtervennootschap, financieel te ondersteunen zodat deze aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen. DB vordert betaling van een openstaand bedrag van US$ 1.505.049,- plus rente en kosten.
DPW betoogt dat de LOC achterhaald was door een herfinanciering met de Hollandsche Bank-Unie (HBU) en dat DB haar rechten onder de LOC had prijsgegeven. De rechtbank overweegt dat DPW onvoldoende feiten en bewijs heeft aangevoerd om dit te onderbouwen. De kredietovereenkomsten en de Verhaalsregeling tonen aan dat DB en HBU onafhankelijk van elkaar financierden en dat de LOC niet is gewijzigd of vervallen.
De rechtbank wijst het verweer van DPW af en oordeelt dat DPW toerekenbaar tekort is geschoten. DPW wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: DPW is veroordeeld tot betaling van US$ 1.505.049,- plus rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten wegens toerekenbare tekortkoming onder de Letter of Comfort.