ECLI:NL:RBAMS:2007:BB3597
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid rechter-commissaris bij inverzekeringstelling en verlenging
In deze zaak heeft de officier van justitie beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris die verdachte onmiddellijk in vrijheid stelde na toetsing van de inverzekeringstelling. Verdachte was aangehouden en in verzekering gesteld, waarna de officier van justitie het bevel tot verlenging gaf. De rechter-commissaris oordeelde dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig was, maar stelde verdachte desondanks vrij omdat de verlenging niet dringend noodzakelijk zou zijn.
De rechtbank stelt dat de rechter-commissaris uitsluitend bevoegd is om de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling zelf te toetsen, niet het bevel tot verlenging daarvan. De toetsing moet plaatsvinden aan criteria zoals redelijk vermoeden van schuld, verdenking van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan, belang voor het onderzoek, naleving van vormvoorschriften en goede procesorde.
De rechter-commissaris heeft deze toets naar het oordeel van de rechtbank volledig uitgevoerd en geen onrechtmatigheden vastgesteld. Het vrijlaten van verdachte was daarom niet toegestaan. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de beslissing van de rechter-commissaris en beveelt uitvoering aan het bevel tot inverzekeringstelling.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beslissing van de rechter-commissaris en beveelt uitvoering aan het bevel tot inverzekeringstelling.