ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4222
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Muijden
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende basis voor weigering exploitatie- en drankvergunning op grond van Wet bibob
Verzoeker heeft een exploitatievergunning en een Drank- en Horecawet-vergunning aangevraagd voor zijn café, welke vergunningen door de gemeente Amsterdam zijn geweigerd op grond van de Wet bibob vanwege vermoedens van illegale herkomst van vermogen en mogelijke betrokkenheid bij strafbare feiten.
De rechtbank overweegt dat het vermoeden van strafbare feiten onvoldoende concreet is onderbouwd en dat de niet-inzichtelijkheid van de herkomst van het vermogen niet leidt tot een ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van Pro de Wet bibob. Tevens is het weigeringsbesluit onvoldoende gemotiveerd, met name ten aanzien van de financierders.
Gelet op het ontbreken van een voldoende basis voor het weigeringsbesluit en het feit dat verzoeker het café mag exploiteren tijdens de aanvraagprocedure, wordt het bestreden besluit geschorst en wordt de voorlopige voorziening toegewezen. Verweerders worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de vergunningen wordt geschorst en de voorlopige voorziening wordt toegewezen.