ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4226
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Muijden
- Rechtspraak.nl
Toekenning scootmobiel wegens onvoldoende adequaat collectief vervoerspakket voor gehandicapte
Verzoeker, die door een hersenbloeding en neurologische aandoeningen slechts enkele meters kan lopen, heeft een vervoersvoorziening nodig om zelfstandig deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Zijn echtgenote, die hem normaal helpt met vervoer, lijdt aan psychische en lichamelijke aandoeningen waardoor zij beperkt inzetbaar is.
De gemeente Amsterdam wees het verzoek om een scootmobiel af omdat verzoeker over een adequaat pakket zou beschikken bestaande uit een auto, een vergoeding voor korte afstanden en een lichtgewicht rolstoel. De rechtbank oordeelt dat dit pakket onvoldoende is omdat verzoeker niet zelfstandig kan reizen zonder hulp van zijn echtgenote, die door medicatie niet aan het verkeer mag deelnemen.
De rechtbank stelt dat het besluit onjuist is gemotiveerd en strijdig met de Awb, onder meer omdat verzoeker niet is gehoord over het aspect koudegevoeligheid dat tegen het gebruik van een scootmobiel zou pleiten. De rechtbank wijst het beroep toe, vernietigt het besluit en voorziet zelf in de zaak door toekenning van een scootmobiel als goedkoopst adequate voorziening.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds in het voordeel van verzoeker is beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verzoeker krijgt een scootmobiel toegekend als goedkoopst adequate vervoersvoorziening.