ECLI:NL:RBAMS:2007:BB5432
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geldleningsovereenkomst en misbruik van omstandigheden afgewezen
Partijen sloten op 9 juni 2006 een geldleningsovereenkomst waarbij D als schuldenaar en A als schuldeiser betrokken waren, met B en C als hoofdelijk medeschuldenaren. De lening bedroeg €20.000 met een eenmalige vergoeding van €5.000 en een boete van €30 per dag bij niet-tijdige betaling. D vorderde vernietiging van de overeenkomst wegens misbruik van omstandigheden en strijd met de openbare orde vanwege een vermeende woekerrente van 115%.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van misbruik van omstandigheden, omdat A geen maatschappelijk onbetamelijk gedrag vertoonde en D als ondernemers geacht worden de overeenkomst te kunnen beoordelen. De vergoeding was weliswaar hoog, maar niet exorbitant. Het beroep op strijd met de openbare orde werd verworpen, mede omdat het vermeende rentepercentage niet onderbouwd was.
De boete werd niet gematigd omdat deze niet buitensporig was en bedoeld was als aansporing tot nakoming. De vordering van A tot betaling van €9.000 plus boete werd toegewezen, terwijl de reconventionele vordering van D werd afgewezen. D werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling binnen vijf dagen, inclusief proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de geldleningsovereenkomst geldig en veroordeelt D hoofdelijk tot betaling van €9.000 plus boete en proceskosten.